Guatemala



Informatie over Guatemala
Guatemala is gelegen in Midden-Amerika. Guatemala betekent volgens de Maya-Toltec 'het land van de bomen'. Anderen denken dat de naam afkomstig is van de Nahua’s en zou betekenen 'tussen de bomen'. Kortom de exacte oorsprong van de landsnaam is nog steeds niet eenduidig.

Enkele feiten over het huidige Guatemala

– Guatemala bestaat uit 22 departementen
– Guatemala heeft een oppervlakte van 108 890 km2
– Guatemala heeft ruim 13 miljoen inwoners; 55% is katholiek
– Talen: Spaans en 23 inlandse talen
– Staatsvorm: republiek met president

Enkele historische feiten

Tot 1524 bepaalde de maya’s het gezicht van Guatemala. De Spaanse veroveraar Pedro de Alvarado bezette in 1524 Guatemala, waarmee de rooms katholieke kerk haar intrede deed in Guatemala. In 1839 werd Guatemala een republiek.

Van 1898 tot 1944 bepaalde de dictators Manuel Estrada Cabrera en Gen. Jorge Ubico Castaneda het gezicht van Guatemala. Na de linkse studenten oktober revolutie van 1944 werd het land tot 1954 geleid door de liberaal democraten José Arévalo en Jacobo Arbenz Guzmán. In 1954 vond er met steun van de VS een coupe plaats door generaal Col. Carlos Castillo Armas. Rond 1960 begon er een periode van burgeroorlog die tenminste 36 jaar duurde, met aan de ene kant de militairen tegen de linkse rebellen en rechtse groeperingen. Het land werd (en wordt nog steeds) geteisterd door doodseskaders die velen het leven kostten. In 1977 trok de VS hun militaire steun in omdat de mensenrechten met voeten werden getreden. Uiteindelijk kostte de burgeroorlog zo’n Guatemala 200.000 slachtoffers.

Er volgde een periode van militaire junta’s totdat er een nieuwe grondwet kwam en de burger Marco Vinicio Cerezo Arévalo werd in 1986 gekozen tot nieuwe president. Deze werd door Jorge Serrano Elías in 1991 opgevolgd. In 1993 stuurde de laatst benoemde Serrano het congres en het hoger gerechtshof naar huis en stelde de grondrechten buiten werking. Na enige tijd werd Serrano door het militair gezag afgezet en Ramiro de Leon Carpio (voormalige minister van justitie, belast met de mensenrechten) werd benoemd. Uiteindelijk werd er in 1996 een vredesakkoord getekend door President Álvaro Arzú Irigoyen.

In 1999 werd de waarheidscommissie geďnstalleerd. Ex president Clinton verontschuldigde zich dat USA de rechtse militaire regeringen had gesteund. De waarheidscommissie vond het leger voor 93% verantwoordelijk voor gruwelijkheden die hadden plaatsgevonden en de rebellen voor 3%. De militairen hebben overigens wat de gruwelijkheden betreft de stellingname van de waarheidscommissie voor wat betreft hun betrokkenheid bij de gruwelijkheden niet onderschreven.

In Januari 2000 werd Alfonso Portillo Cabrera president. Hij had nauwe betrekkingen met de voormalig dictator Efrain Rios Montt (1982–1983). Portillo verontschuldigde zich voor de met voeten getreden mensenrechten van voormalige regeringen. Hij zegde toe de verantwoordelijke regeringen te vervolgen en slachtoffers te compenseren! In 2003 werd Oscar Berger president. Deze werd in 2008 opgevolgd door Álvaro Colom.

Tot op de dag van vandaag is de rust in feite niet teruggekeerd en betaalt de gewone bevolking (zoals gebruikelijk) het gelag.


De persoonlijke geschiedenis van Vitalino Cuca

(Vitalino Cuca is directeur van de Jac de Wit Kliniek en heeft zitting in het bestuur van de stichting AGDI. De heer Cuca helpt bij de voorbereiding van de projecten en ziet toe op de uitvoering ervan. Regelmatig rapporteert hij aan Flor Ayuda over de voortgang.)

Vitalino Cuca: ‘De historie van mijn leven in een aspirientje.’
- uit de schoolkrant van het Jeroen Bosch College -

" Als ik vraag hoe alles nou eigenlijk is begonnen, kijkt Vitalino me lachend, maar ook wanhopig aan: ‘Waar moet ik beginnen?.....

Eigenlijk begon alles in de katholieke kerk. Mijn ouders zijn erg gelovig en zij wilden dat ik priester zou worden. Daar had ik zelf niet zoveel zin in, want ik wilde graag trouwen. Ik werkte als metselaar en bouwde huizen. Op een dag kwam de pastoor naar mij toe en zei ‘Stop toch met dit werk, je moet aan mensen gaan bouwen in plaats van aan huizen.’ Toen snapte ik niet wat hij bedoelde, maar nu wel. Vanaf dat moment ben ik begonnen met welzijnswerk. In 1969 ben ik als vrijwilliger bij een gezondheidsprogramma van de kerk gaan werken. Mijn leven is na die tijd erg veranderd: er kwam burgeroorlog in Guatemala.

Het verschil tussen arm en rijk was ontzettend groot en gelukkig zijn de kerken toen achter de arme indianen gaan staan. Katholieken en protestanten waren verenigd in de oorlog: zelfs priesters, nonnen en dominees zijn mee gaan vechten tegen de regering. Mijn pastoor had een wapen onder zijn kleding. Hij haalde het wapen onder zijn kleed vandaan en legde het op het altaar. Hij keek omhoog naar de hemel en zei: “Ik doe wat voor mijn God” hij keek naar zijn wapen en zei: “En ik doe wat voor mijn Godin.”

Ook mijn vrouw en ik hebben ons aangesloten bij de rebellenbeweging. Mijn pastoor was mijn commandant. De ene keer bad ik tot God als ik voor hem stond, de volgende keer salueerde ik.
Toen we bij de guerrilla in de bergen zaten kwam voor mij ook de eerste kans om naar Europa te gaan. Ik moest naar Londen, naar een bijeenkomst, omdat de pastoor zelf niet weg kon en ook niet weg wilde. Ik kwam in Londen aan en sprak geen woord Engels en ik stond daar in die grote luxe zaal en dacht: ‘Wat doe ik hier?’. Op deze politieke bijeenkomsten in Europa moest ik geld zien te krijgen voor onze vrijheidsstrijd. Die mensen hebben mij toen ook gevraagd wat ze nog meer voor Guatemala konden doen. Toen ben ik na gaan denken en dingen gaan opschrijven, en ben ik mensen in Nederland gaan zoeken.

Ik ben heel vaak bang geweest: vooral als ik naar Europa was geweest. Ik vreesde dan dat ze me zouden oppakken als het vliegtuig weer in Guatemala zou landen, omdat ik tegen de regering was. Binnen de guerrilla was een comité opgericht dat feiten over de burgeroorlog openbaar maakte, zodat de hele wereld wist wat er mis was in Guatemala. Daarvoor heb ik in verschillende groepen gewerkt, met steeds andere mensen. In iedere groep had ik een andere naam en ik had veel valse paspoorten. Het gebeurde dat iemand van de ene groep naar de andere groep belde en vroeg “Raoul is net bij jullie langs geweest, toch?” en de ander antwoordde: ‘Nee hoor! Antonio was bij ons.’ Dan ging het in allebei de gevallen om mij. Mijn kinderen wisten altijd precies wanneer ik Vitalino heette, óf wanneer Raoul óf Antonio. Dat deden ze uit zichzelf: ze hadden door dat ik levensgevaarlijk werk deed. Ik heb veel te danken aan mijn familie: ze hebben me altijd gesteund, ondanks alle risico’s die ik heb genomen. Dit is de historie van mijn leven in een aspirientje.’ Iedereen moet lachen om deze uitspraak, Guatemalteeks voor ‘in een notendop’. "